Vandaag zijn we langs de kust richting het noorden gereden. Eerst een bagel opgepikt:
De eerste stop was bij Akaka Falls.
Je kunt hier een rondje van 800 meter door de jungle lopen:
Een soort Burgers Bush:
Maar dan met een echte waterval. De waterval is 135 meter hoog en daarmee twee keer zo hoog als de Niagara Falls:
Mooie kleuren, en een regenboog:
En ook hier weer mooie bloemen:
Er zou een mooi viewpoint langs de weg zijn: Laupahoehoe Point. Maar dat bleek nogal achterhaald:
Laupahoehoe Beach was wat beter:
Naja, beach, zwemmen lijkt hier geen goed idee:
Op internet had ik gelezen over de Hi’ilawe Falls. Deze 400 meter hoge watervallen liggen op privĂ© land:
Maar dat scheen alleen te gelden voor de grond naast de weg. Dus zijn de er maar heen gereden, Cane Road begon mooi:
De weg werd echter steeds smaller, en slechter onderhouden:
En eindigde met een hek:
Ik dacht dan vlieg ik even naar die watervallen toe, maar dat viel niet mee, want waar zijn de watervallen, als alles groen is:
Dit was wat ik zocht, helaas niet gevonden. Er kwam nog een mannetje op een quad aanrijden. Ik dacht nou zal het gezeik wel beginnen, maar hij vertelde vrolijk dat de waterval nog een kilometer of 2 verderop lag en dat je er met de auto eigenlijk niet in de buurt kon komen. Wandelen, quad of paard waren de opties.
Om nou op een paard te springen ging wat ver, dus toen zijn we maar naar de Waipi’o Valley Lookout gereden:
De Waipi’o Valley is waar koning Kamehameha tot zijn 5e zat ondergedoken. Ze noemen het ook wel de Valley of The Kings en het is een van de laatste onontwikkelde valleien van Hawaii.
Het is allemaal een beetje flauw, want de vallei is afgesloten voor publiek. Maar op de borden staat te lezen dat het strand en de weg naar beneden gewoon publiek land zijn.
Dat las ik helaas pas later, anders was ik wel even naar beneden gestruind. Nu heb ik vanaf een parkje verderop met de drone wat foto’s gemaakt. Voordeel: ook nog een leuke waterval aan de kust gezien:
Op weg terug zijn we gestopt bij een fruit-kraampje.
De Waipi’o Fruit Shack:
Of, zoals ze het zelf noemen, The Cutest Fruit Shack on The Big Island:
Een schaaltje vers fruit, en een koude kokosnoot. Schijnbaar kon je die als hij leeg was in stukken laten snijden, maar ik heb vrolijk de binnenkant leeg zitten pulken:
Na deze gezonde lunch zijn we verder gegaan.
Het gebouw van de eerste bank van Hilo, uit 1910. Hij is schijnbaar nooit overvallen, misschien ook niet slim, op een eiland:
Langs de weg stonden een paar mooie bomen in een tuin:
Het schijnt een regenboogdoucheboom te zijn. En dat lijkt wel een toepasselijke naam:
Het was hier een klein dorpje, soort Beekbergen, dus er reden wel auto’s op en neer. Toen we aankwamen lag deze hond langs de weg, en toen we 2 uur later terugkwamen lag hij er nog steeds. Wel een beetje paupers dat ze zo’n dood beest gewoon laten liggen.
’S avonds nog even het dorp in gegaan:
Voor een Pokebowl Ahi Hawaiian Style. Nog lekkerder dan die van de week, omdat dit gewoon tonijn zonder fratsen is:
Inmiddels hebben we het ook wel gezien hier. Het zwembad zit al 2 dagen dicht, dus dat schiet niet op. Morgen vliegen we naar Honolulu. Dan zitten we aan het strand in Waikiki!


















No comments:
Post a Comment